1. |
Winnaar
![]()
|
De lente komt er aan en we gaan fietsen. Van Milaan naar San Remo, of de Primavera vernoemd naar de lentezon. Wie kan Tadej Pogačar verslaan? Dat is de vraag die ons komende zaterdag ruim 300 kilometer bezig zal houden.
Tadej Pogačar is natuurlijk een fenomeen. Met zijn aanvallende rijden drijft de Sloveen het hele peloton tot wanhoop. De ene solo is nog meer gekkenwerk dan de andere. Op het wereldkampioenschap vorig jaar in Zürich ging het bijna fout. Pogačar ging 100 kilometer voor de finish in de aanval, leek onbedreigd solo naar de finish te rijden, maar toen opeens was daar vermoeidheid.
Het was ijdele hoop. Het wonderkind schudde het hoofd, dronk een slokje, herpakte zich, en veroverde de felbegeerde regenboogtrui. Felbegeerd is ook een overwinning in Milaan-San Remo. Een van de vijf wielermonumenten die, samen met Parijs-Roubaix, nog ontbreekt op zijn palmares. En als Pogi iets wil, tel dan maar de registers.
Pogačar staat soeverein aan kop op de UCI World Ranking. Dat is op zich niet zo gek wanneer in een seizoen wereldkampioen wordt, de Tour de France en Giro d’Italia wint. Ook in de klassiekers Ronde van Lombardijen, Luik-Bastenaken-Luik, Strade Bianchi en GP Montreal kwam hij juichend over de finish. Zo heeft hij ruim twee keer meer punten dan nummer twee Remko Evenepoel (12.080 punten om 5.607).
Het is natuurlijk de vraag of het goed is voor het wielrennen. Het is saai. En steeds dat blije hoofd aan de finish. Het klopt niet, hij is te sportief, te lief, hij zorgt zelfs voor alle fietsende kinderen van heel Slovenië. En hij heeft ook nog een leuke vriendin.
Nee. Het is genoeg geweest. Nu hebben we wel lang genoeg gekeken naar iemand die veel beter is dan de rest. Op zich was het een mooi gebaar, dan Pogačar twee weken geleden tijdens de Stade Bianchi in de braamstruiken ging liggen. Hij leek te willen zeggen: “Ik ben een mens. Ik ben vijl baar. Ik maak fouten. Ik kan bloeden!”
Het gaf even hoop, maar die hoop hield precies twee gravelstroken stand. Hoop is niet genoeg. De UCI zal de koersen minder zwaar moeten maken. Luik-Bastenaken-Luik wordt Luik-Luik, de Ronde van Lombardijen wordt de Ronde van de Po-vlakte en de Strade Bianchi wordt de Strade Asfaltado. Het wielerpeloton zal zich moeten verenigen en de kaart met zijn allen tegen eentje moeten spelen.
Het wielerpeloton zal Pogačar moeten negeren. Als hij aan de start staat, dan kiezen de andere renners een andere koers op steeds vreemdere plekken en op steeds gekkere tijdstippen. “Was hij maar alvast weg”, jammerde Alberto Bettiol niet voor niets na afloop van de Strade. De renners gedragen zich als een stel duiven op een afdakje boven een winkel van Bram Ladage: wachten tot het patatje op is en gaan voor de kruimels.
De ploeg UAE zal moeten worden gedwongen overal op kop te rijden. Net zo lang totdat Polat, Novak, Wellens of hoe ze ook allemaal heten horendol worden en zich bij andere ploegen aanmelden voor een contract. Als ze maar nooit meer voor Pogačar op kop hoeven te rijden.
We kunnen Anne van der Breggen op hem afsturen, opgeven voor Ter-land-ter-zee-of-in-de-lucht, hem jurylid maken bij de slimste mens of aanwijzen als politiek leider van links. Alles om de koers weer spannend te krijgen.
Tot we het eens zijn welke route we moeten nemen, zit er niets anders op Pogačar te ondergaan als een SM-sessie waar je per ongeluk in ben beland. Een beetje bevreesd kijken en er toch maar van proberen te genieten zo lang het duurt.
Bron: De Rode Lantaard, de podcast voor bankzitters. Uit aflevering “Pogi valt in een bramenstruik maar wint toch gewoon de Strade”
Wij zouden geen rovers zijn als we toch niet een poging wagen. Wie wint Milaan-San Remo?